GGD-rapport

De GGD is bij haar onderzoek uitgegaan van de door MACE aangeleverde documenten. Zij heeft deze niet op waarheid gecontroleerd. Let wel; dit zijn voorlopige conclusies die nog verder onderzocht worden.

Onderzocht is de mestverwerking en de daarbij optredende mogelijke risico’s, m.n.

  1. Het transport van de mest.
  2. Het transport en de opslag van zwavelzuur.
  3. De verwerking van de mest binnen het systeem.
  4. De emissies naar buiten via de combi-luchtwasser( mechanisch en biologisch).
  5. Storingen en calamiteiten.

1. Het transport van de mest

De risico’s die hierbij een rol spelen zijn:

  • Fijnstof van het verkeer
  • Geur van het verkeer
  • Geluidsoverlast van het verkeer
  • Hinder en verkeersveiligheid, kans op ongevallen.

De aanmerkingen van de GGD hierop zijn:
Moet er geen verandering in de infrastructuur plaats vinden? De fabriek komt te liggen direct na een flauwe onoverzichtelijke bocht in de weg. Bovendien moet bekeken worden of de Quayweg wel de juiste breedte heeft voor dergelijke transporten.

Hoe kun je de dorpen ontzien om de overlast van hinder en geluid te beperken? Is het maken van gescheiden aan- en afvoerrouten een optie? Hoe voorkom je transporten door het binnengebied(buiten de hoofdwegen zoals de Middenpeelweg).

2. Het transport en de opslag van zwavelzuur

Overpompen van zwavelzuur in de fabriek.
Er zal mogelijk een routering voor gevaarlijke stoffen moeten worden ingesteld.

Hoe zit het met de risico’s op ongevallen met de zwavelzuurtransporten en de verkeersveiligheid met kans op het vrijkomen van zwavelzuur?

De risico’s bij calamiteiten.

3. De verwerking van de mest binnen het systeem.

Het overpompen van de mest via silo’s naar verwerkingsloods gebeurt in een hal onder onderdruk. Waarbij kans op:

  • Vrijkomen van geur en gassen in de hal, afgevoerd via combi-luchtwasser als gevolg van verdringing van amoniak, methaan- en lachgas.
  • Theoretische kans op het vrijkomen van ziektekiemen uit de mest, afgevoerd via de combiluchtwasser.
    Advies: Het inzichtelijk maken van de kans op het vrijkomen middels monitoring en dit opnemen in de voorschriften bij de vergunning.
  • Afscheiden van looswater na het verdampen en strippen; hygiënisatie is minder dan 1 uur en minder dan 100 graden. Hierbij is de vraag hoe groot de kans is dat er nog ziektekiemen in het looswater zitten. Daaraan gekoppelt de vraag of dit water direct geloosd kan worden op het oppervlaktewater.
    Advies: Vraag advies aan het Waterschap. Vul het systeem aan met omgekeerde osmose na het strippen en monitor het looswater op ziektekiemen en AB resten. Dit laatste opnemen in de voorschriften.

Risico’s hierbij zijn:

  • Het vrijkomen van geur.
  • Het vrijkomen van amoniak.
  • Het vrijkomen van methaangas en lachgas.
  • De afvoer vanuit de hal naar buiten via combi-luchtwasser.
  • Er mogen geen diffuse emissies zijn via deuren of ramen.

4. De emissie naar buiten via de combi-luchtwasser.

Mogelijke risico’s hierbij:

  • Het vrijkomen van geur en amioniak.
  • Het vrijkomen van fijnstof(en in theorie mogelijke ziektekiemen.
  • De geluidsbelasting van de installatie.
  • De toetsing van de emissie naar buiten heeft plaatsgevonden aan de normen zoals die zijn vastgesteld in de Nederlandse Emissierichtlijn en de Wet op de Luchtkwaliteit. Hieruit kunnen de volgende voorlopige conclusies getrokken worden:
    1. De berekende waarden voor geur, fijnstof en geluid laten geen overschrijdingen zien.
    2. Er is zeker wel sprake van een geringe geurbijdrage aan de omgeving.
    3. Fijnstof blijft onder de norm, geen bijdrage aan de achtergrond.
    4. Geluid: geen overschrijdingen van de dag- en de nachtnormen.
    5. Het cumulatief effect is, gezien de kleine bijdrage, nagenoeg afwezig.

5. Storingen en calamiteiten.

Als er storingen en calamiteiten optreden zal er een duidelijk overzicht gegeven moeten worden van:

  • De aard en de ernst van de emissie.
  • De beheersmaatregelen.
    Advies: Vooraf duidelijkheid hierover geven en in de vergunning opnemen.
    Zorgen voor een goede borging en een robuuste handhaving.

Verder worden er nog tips gegeven t.a.v. de communicatie.

Ons commentaar bij het GGD -verslag is dat er nog erg veel open einden zijn, hiervan is de GGD op de hoogte en zij zullen, voordat zij hun definitieve rapport maken overleg plegen met dhr. Hoevenaars, het bureau Mobilisation en het RIVM. Mogelijk zal nog een andere instantie gevraagd worden de gevolgen voor de volksgezondheid eens kritisch te bekijken. Wij gaan er van uit dat dit laatste zeker gaat gebeuren;immers over dit onderwerp maken de mensen zich de meeste zorgen!

Voorlopig GGD-rapport

Het Bureau Gezondheid, Milieu & Veiligheid (GMV) heeft in opdracht van de gemeente een voorlopige gezondheidsrisicobeoordeling samengesteld. Mede op basis van het difinitieve rapport neemt de gemeente een beslissing of zij wel of niet een Verklaring Van Geen Bedenkingen (VVGB) gaat afgeven.
Het volledige rapport wordt hier niet weergegeven, daarvoor kunt U terecht bij de klankbordgroep.
Een belangrijke opmerking die GMV maakt is de volgende:
“Het is een voorlopig rapport omdat de volledigheid en correctheid van de technische milieukundige aspecten en rekenmethoden van de aangeleverde milieugegevens niet zijn beoordeeld.” en “Bureau GMV is er van uitgegaan dat de aangeleverde milieugegevens correct tot stand zijn gekomen”.

Samenvatting:
Op basis van de aan Bureau GMV beschikbaar gestelde informatie over het initiatief van MACE om een mestverwerkingsinstallatie te Landhorst op te richten is het initiatief bekeken en beoordeeld op de aspecten luchtkwaliteit, geluid, geur, micro-organismen en looswater, externe veiligheid en het gebruik van zwavelzuur. Daarnaast zijn ook de gevolgen van de transportbewegingen van zwaar vrachtverkeer van en naar de locatie in beeld gebracht voor zover er voldoende informatie over beschikbaar is. Een apart punt waar aandacht aan gegeven is, is de communicatie naar en beleving van omwonenden met betrekking tot het initiatief. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste risicopunten, die een mogelijke impact kunnen hebben op de gezondheid van de omwonenden.

1. Inrichting

LUCHT: De inrichting zal voor verschillende stoffen een emissie geven naar de buitenlucht, waarvan onder normale omstandigheden fijn stof de meeste gezondheidsrelevante is. Naast fijn stof kan er mogelijk ook nog sprake zijn van de emissies van ammoniak, lachgas en methaan.Deze stoffen zijn gezien de te verwachten concentraties in de buitenlucht na passeren van de combi-luchtwasser gezondheidskundig weinig relevant. Bureau GMV verwacht niet dat op basis van de huidige berekeningen het initiatief leidt tot significante extra blootstelling aan fijn stof bij omwonenden en derhalve ook niet tot extra gezondheidsrisico’s.

GELUID: De geluidsbelasting, die de inrichting zal opleveren voor de omgeving en de daarmee samenhangende geluidshinder zal ten opzichte van de huidige situatie zeker toenemen. De geluidsbelasting blijft volgens de huidige berekeningen echter onder de toetsingswaarden voor landelijk gebied. Ook overschrijdt de geluidsbelasting bij de woningen niet de gezondheidskundige waarde waarbij er ernstige hinder optreedt. Bureau GMV verwacht op basis van de te verwachte gemiddelde geluidsbelasting van de inrichting niet dat er ernstige hinder en slaapverstoring optreedt bij de omwonenden. De pieken van 60 db(a) in de avond en nacht zouden wel tot hinder kunnen leiden. Er moet dan ook zeker naar gestreefd worden door het laten nemen van extra maatregelen om deze pieken te vermijden in avond en nacht. Dit zal zeker op het platteland een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de leefomgeving en/of beleving daarvan.

GEUR: Er zijn meerdere bronnen binnen de inrichting aanwezig die geur uitstoten. Uit de berekeningen blijkt dat de geurbelasting op de hoogst belaste gevoelige bestemming in de directe omgeving van de inrichting voldoet aan de gestelde bovengrenzen uit het provinciale beleid. De richtwaarden voor industriele inrichtingen liggen voor wat betreft geur op een veel strenger niveau dan die voor agrarische bedrijven. Daarom wordt niet verwacht dat als voldaan wordt aan deze normen, er ernstige hinder dan wel gezondheidsklachten optreden van geuremissie, die de inrichting kan opleveren voor de omgeving, ook niet als hierbij de achtergrondbelasting wordt meegenomen.

Kanttekening: Omdat de mestverwerking volcontinu in proces is, wordt bij de berekeningen van de geurhinder uitgegaan van 8760 uur/jaar. De vraag is of dit een goed uitgangspunt is omdat sommige activiteiten binnen en buiten de inrichting alleen in de dagperiode plaatsvinden, aanvoer en lossen van drijfmest. Mogelijk wordt de geuruitstoot onterecht uitgemiddeld wat een onderschatting van de p98 en p99,99 kan veroorzaken.

MICRO-ORGANISMEN: Het uitgangspunt van het initiatief is dat er gewerkt wordt met mest. Dit betekent ook dat er sprake kan zijn van de aanwezigheid van micro-organismen. In hoeverre er ook als gevolg van het initiatief sprake kan zijn van de verspreiding van micro-organismen is onduidelijk. Theoretisch zou het mogelijk zijn, waarbij direct contact met de mest de belangrijkste blootstellingsroute is, maar de kans is zeer klein omdat vooral gewerkt wordt met natte mest. De gezondheidsrisico’s als gevolg van mogelijke blootstelling aan micro-organismen zullen dan ook naar verwachting zeer klein zijn en als ze er zijn, vooral gelegen zijn bij diegenen die er dagelijks mee werken en dit niet volgens de vooraf ingestelde voorschriften doen. De GGD verwacht dat het risico van verspreiding van micro-organismen naar de omgeving door de inrichting zelf te verwaarlozen zal zijn waardoor er dan ook geen risico’s voor de omwonenden zijn te verwachten.

LOOSWATER: In de loop van het proces van mestverwerking komt bij het verder opwerken van de dunne fractie na een aantal stappen afvalwater vrij, dat uiteindelijk geloosd wordt op het Defensiekanaal/oppervlaktewater. Tijdens het proces van verdampen van de dunne fractie wordt gedurende enige tijd het water boven een temperatuur van 70 graden Celsius gebracht waardoor een groot aantal micro-organismen vernietigd worden. De GGD verwacht op theoretische gronden niet dat met dit proces nog veel micro-organismen in het looswater aanwezig zijn in een concentratie dat het gezondheidsrisico’s oplevert, maar het risico is niet geheel uitgesloten. Ook omdat niet duidelijk is hoe lang en onder welke temperatuur het proces van opwerking van de dunne fractie tijdens het verdampen plaatsvindt. De GGD kan niet bij voorbaat beoordelen of genoemde processen in het scheidings- en verwerkingsproces van mest daadwerkelijk zodanig zijn dat het water voldoende schoon is, dat het zonder verdere maatregelen geloosd kan worden op het oppervlaktewater. Mogelijk zou het toepassen van omgekeerde osmose als vervolgproces veel van de onzekerheden wegnemen.

EXTERNE VEILIGHEID: De verwachting is niet dat de inrichting in het kader van externe veiligheid een probleem is voor de omgeving. De aangeleverde rapporten maken echter niet duidelijk wat het veiligheidsrisico van de inrichting is op de omgeving in geval van ontploffingsgevaar en onverwacht optreden van lekkages. Zie paragraaf onderhoud, storingen en calamiteiten.

ZWAVELZUUR: Binnen de inrichting wordt gewerkt met geconcentreerd zwavelzuur (37%) ten behoeve van het strippen van de dunne fractie na verdampen en de combi-luchtwasser. Er wordt geconcentreerde zwavelzuur opgeslagen in de inrichting in opslagtanks, wat voorasl bij het strippen van de dunne fractie wordt gebruikt. Hoge blootstelling aan zwavelzuur kan volgens bureau GMV naar verwachting met name plaatsvinden in de arbeidssituatie. Er is geen ontploffingsgevaar van het zwavelzuur zelf. De risico’s waarbij omwonenden worden blootgesteld aan zwavelzuur zijn naar verwachting klein.

STORINGEN, ONDERHOUD EN CALAMITEITEN: Omdat er door MACE in het kader van het indienen van de gevraagde MER-beoordelingsnotitie geen gegevens zijn verstrekt over de extra emissies en de daarmee samenhangende risico’s, die zich als gevolg van storingen, onderhoud en calamiteiten binnen de inrichting kunnen voordoen, kan hier door Bureau GMV geen directe beoordeling over worden gegeven. De verwachting is dat als gevolg van dergelijke incidenten de emissies van stoffen zoals ammoniak, methaan en lachgas en mogelijk ook fijn stof zullen toenemen. Het is echter onduidelijk wat dit betekent voor de gezondheid van omwonenden. Ook is uit de ingediende rapportages niet duidelijk in welke mate en onder welke omstandigheden deze genoemde situaties zich voor kunnen doen en wat dit betekent voor de gezondheid en de veiligheid. Met het oog op onderhoud/storingen/calamiteiten adviseert Bureau GMV om bij deze inrichting een rampenbestrijdingsplan op te laten stellen, vergelijkbaar met BRZO-bedrijven(Besluit risico’s zware ongevallen/ de meest risicovolle bedrijven in Nederland).Met het oog op de ongerustheid hierover bij omwonenden,adviseert Bureau GMV een BRZO- beoordeling uit te laten voeren op de vergunning.

2.Transport:

De onderbouwing van de beschikbare verkeersgegevens is mager, waardoor het niet duidelijk is in hoeverre onderstaande risicobeoordelingen de werkelijke situatie benaderen.

GELUID: De geluidsbelasting en daarmee de geluidshinder van het verkeer van en naar de inrichting zal ten opzichte van de huidige situatie toenemen. De geluidsbelasting komt volgens de huidige berekeningen echter niet boven de voorkeursgrenswaarde. Wel overschrijdt het bij de hoogst belaste locatie overdag de gezondheidkundige waarde waarbij er ernstige hinder optreedt. Omdat de berekende waarden in de avond en nacht deze waarde niet overschrijden verwacht GMV op basis van deze geluidsbelasting daarom niet dat er (ernstige hinder) en slaapverstoring optreedt door het transport van en naar het bedrijf.
OVERIGE EMISSIES: In welke mate het aantal transportbewegingen per dag in de omgeving, als gevolg van de geplande inrichting, de concentraties fijn stof, geur en trillingen doen toenemen is op basis van de beschikbare gegevens niet duidelijk aan te geven. Het is dan ook niet mogelijk om hierover gezondheidskundige uitspraken te doen.

MICRO-ORGANISMEN: Buiten calamiteiten om zal er geen kans zijn op een verhoogd vrijkomen en verspreiding van micro-organismen. Indien er een ongeval plaatsvindt waarbij bijv. een vrachtwagen met mest lek raakt, vindt er mogelijk verspreiding van micro-organismen naar de omgeving plaats. Dit zal normaliter in principe snel opgeruimd worden, voordat verdroging en verwaaiing van de verse mest naar de omgeving optreedt.

VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN: Op de Quayweg kunnen nauwelijks twee tankwagens langs elkaar heen rijden. Daarnaast zijn er een aantal haakse bochten in de route, zoals bijv. bij de afslag Middenpeelweg, waardoor het optreden van ongevallen niet uitgesloten is. De kans op onveilige situaties is zeer denkbeeldig, waarbij niet uitgesloten is dat daarmee emissies naar de omgeving toe van stoffen met daarbij behorende risico’s zullen toenemen.

VERKEERSVEILIGHEID: Omdat het aantal transportbewegingen van zwaar verkeer op de relatief smalle de Quayweg als gevolg van de geplande inrichting sterk zal toenemen in de tijd, zal dit alleen maar leiden tot meer verkeershinder, waarbij de kans op verkeersonveilige situaties ook sterk zal toenemen.

COMMUNICATIE: Gezien de vele zorgvragen, die er leven onder de direct omwonenden omtrent het geplande initiatief, is het belangrijk om op een open en transparante wijze hierover te communiceren. Er bestaat een sterk negatieve beleving ten aanzien van de plannen om op industriele wijze in het landelijk gebied mest te verwerken. Angst voor toename van ziekten, toename van geur en fijn stof, verandering van het landschap en invulling daarvan, kwaliteitsvermindering van de leefomgeving vraagt daar op een zorgvuldige wijze aandacht aan te geven.

Dan volgen er talloze adviezen. GMV zegt het volgende daarover:
“Het is een voorlopig rapport omdat de volledigheid en correctheid van de technische milieukundige aspecten en rekenmethoden van de aangeleverde milieugegevens niet zijn beoordeeld.Het beoordelen van de technische milieukundige aspecten en rekenmethoden ligt niet binnen de expertise van Bureau GMV. Daarvoor verwijst Bureau GMV naar andere diensten, zoals de omgevingsdienst en/of de commissie M.e.r. In de voorliggende gezondheidsrisico-beoordeling is Bureau GMV er van uitgegaan dat de aangeleverde milieugegevens correct tot stand zijn gekomen. Daar waar Bureau GMV belangrijkeonvolkomenheden in de rapportage constateert, zijn deze benoemd. Bureau GMV adviseert om de definitieve en gecontroleerde milieugegevens nogmaals ter advies aan haar voor te leggen.”

SLOTCONCLUSIE: Uit bovenstaande volgt dat Bureau GMV adviseert vooralsnog geen verklaring van geen bedenkingen af te geven totdat nadere onderzoekgegevens beschikbaar zijn.