Verslag bezoek aan de statenleden

Op 19 december 2014 zijn we met vier personen naar Den Bosch geweest. We waren daar op verzoek van Hagar Rooyackers, statenlid van Groen Links en Tineke Klitsie van D66. Namens de PvdA was aanwezig Antoinette Knoet-Michiels, namens de PvdD Marco van der Wel, namens de Sp was dat Veerle Slegers. Ook Femke Dingemans van de D66-fractie was aanwezig. Aanleiding om ons uit te nodigen was de brief die in Landhorst en Venhorst was verspreid en ook naar de Provinciale Staten is gestuurd.

Er is gesproken over de grote zorgen die er zijn m.b.t. de mogelijke komst van MACE en de enorme impact die dit heeft voor de dorpen Landhorst en Venhorst. We hebben de vele opmerkingen die er bij onze oproep gemaakt zijn (geannonimiseerd) overhandigd aan de aanwezige statenleden. Men was verrast door het aantal en de inhoud van die opmerkingen die toch heel duidelijk de zorgen van de mensen weergeven.

Ook het fenomeen cumulatie en het hele traject aangaande wel of geen MER is aan bod gekomen. Ook wilde men graag van ons horen hoe wij aankijken tegen de rol die het urgentieteam speelt, omdat aansluitend een (deels besloten) gesprek met het urgentieteam en de Provinciale Staten was gepland. Verder is er afgesproken dat we als actiegroep contact blijven houden met de genoemde leden van de Provinciale Staten. Enkelen van hen hebben toegezegd nog voor de Statenverkiezingen ons een bezoek te willen brengen.

Daarna hebben we het openbare gedeelte van het gesprek tussen het urgentieteam en de Provinciale Staten bijgewoond. Wat ons daarbij opviel was de oproep van het urgentieteam aan de leden van de Provinciale Staten om m.b.t. de grootschalige mestverwerking de regie te nemen en deze niet te leggen bij de afzonderlijke gemeenten. Ook werd gemeld dat er veel klachten zijn over het handhavingsbeleid. Er zou wegens gebrek aan tijd en mankracht te weinig gecontroleerd worden.

Een statenlid merkte op dat de indruk heerst dat het urgentieteam te weinig communiceert met de betrokkenen en niet altijd even duidelijk aangeeft in welke fase de dialoog is. Als voorbeeld werd Landhorst aangehaald, waar nog niet eens een vergunningaanvraag ligt, terwijl men al wel allerlei voorwaarden aan het bedenken is waaraan de eventuele fabriek zou moeten voldoen.

Ook uitten verschillende statenleden hun ongenoegen over het fenomeen “urgentiegebied”. Wat men niet juist vindt is dat gemeenten daarvoor andere benamingen gaan bedenken,zoals “hotspots”, “knelpuntgebied”, etc. en denken daarmee dat ze dan geen verbeterplannen moeten maken. De oproep werd gedaan dit beter met de gemeenten te communiceren.

De GGD deed ook nog eens een dringende oproep meer te doen met het gezondheidsaspect en de beleving die daarbij door de burgers ervaren wordt. Veel mensen maken zich daar grote zorgen over. De uitspraak: “Vandaag is er niets aan de hand en de volgende dag hebben we ineens de vogelgriep”. zegt genoeg.

Ook voor de enorme sociale ontwrichting die er ontstaat m.b.t.mestverwerkingsfabrieken en grote intensieve veehouderijen werd dringend de aandacht van de provincie gevraagd.

Ons is duidelijk geworden dat een aantal politieke partijen zich inzetten voor een duidelijk ander beleid,terwijl het CDA en de VVD het liefst zien dat alles gewoon op de oude voet doorgaat. En dat deze partijen de signalen die van alle kanten op hen afkomen dat er nu toch echt iets moet gaan gebeuren willen we een leefbaar buitengebied houden, compleet negeren.
Opvallend daarbij is ook dat beide genoemde partijen,die tot op heden veel kiezers uit deze regio trokken, totaal niet op onze brief gereageerd hebben.