Uitspraak Raad van State inzake MER aanzienlijk later.

Op 14 juli jl. diende in Den Haag voor de Raad van State het bezwaar van MACE tegen de eis van de provincie om een uitgebreide MER te maken.

Een aantal burgers had via hun advocaat, Dhr. Wösten, bij de Raad van State het verzoek ingediend om in deze kwestie als belanghebbende partij te worden aangemerkt. Dit verzoek is ingewilligd, waardoor MACE de provincie én de burgers tegenover zich heeft.

MACE hield vol dat zij geen uitgebreide MER hoeft te maken omdat mest in hun ogen geen afval is. Provincie en burgers betoogden dat er nog teveel vragen onbeantwoord blijven en dat alleen een uitgebreide MER daarop antwoorden kan geven. Daarbij werd o.a. gewezen op de enorme omvang, het unieke productieproces, de vele onduidelijkheden m.b.t. de volksgezondheid, de risico’s van transport en productie, het enorme energieverbruik, het afvalwater en de grote maatschappelijke impact van de plannen.

MACE meende het energieverbruik ter plekke te kunnen bagatelliseren door de restwarmte aan Landhorst en Venhorst te “geven”. Over het hoe en wat liet men zich niet uit. Ook werd wederom de zgn. verwerkingsplicht door het Rijk als argument aangevoerd. Ook de prijs per ton, namelijk tussen de € 8,- en € 13,- zou een verklaring moeten zijn voor de omvang van de fabriek. Een fabriek, die zo werd beweerd, geheel door de eigen leden wordt gefinancierd!

Aan alle kanten werd aangedrongen op een snelle beslissing door de Raad. De rechters echter moesten de aanwezigen hierin teleurstellen. Er werd gezegd dat de uitspraak zeker niet binnen 6 weken, doch aanzienlijk langer op zich zal laten wachten. Een rekensommetje leert dus dat dit op zijn vroegst half september zal zijn.